Wees huiverig om bang te zijn, want je weet maar nooit, als de lucht vannacht samentrekt...
Het is speeltijd.
De wolken schurken dicht tegen elkaar aan, maar niet uit liefde.
Woede lokken ze uit, noodweer willen ze maken.
Dikke druppels spugen, om de straten te laten glanzen en te zorgen voor verminderde grip van door mensen geliefde wielen.
Ze stoken de wind op, zodat ze giert om de huizen en doodse liederen zingt.
De ramen klepperen, kou kruipt door de kieren, bomen buigen door en zwiepen met hun scherpe vingers tegen de ramen.
De grauwe lucht wordt opengereten door zwaarden van paars vuur.
En jij ligt lekker warm in je bed.
Veilig. Maar toch ben je bang.
En dat is je fout.
Want dan ruiken ze je.
De zwarte merries van de nacht.
Ze zijn net als het weer.
Een gewelddadige wervelstorm.
Met wapperende manen komen ze aangestormd, om stil te houden naast je bed.
Net zo lang, tot je hun aanwezigheid voelt, je krampachtig gesloten ogen opent, en recht in hun briesende monden staart.
De rotte tanden lachen je toe, de walmen uit hun keelholtes slaan in je neus.
Een kwaadaardig gehinnik kruipt kriebelend in je oor.
En als ze zeker weten dat je ze goed opgemerkt hebt, walsen ze over je heen met trappelende benen.
De kletterende hoeven van ijzer laten pijnlijk diepe afdrukken achter in je gezicht.
De smaak van hun stank plakt aan je gehemelte.
Gekrijs is hun aanmoediging.
En als de zoute regen stroomt, spugen ze de tranen van je gezicht.
Enkel lachen en genieten redt.
Maar dat lukt je niet.
Meer lezen op : http://kaatjeknal.web-log.nl/
Laatste reacties